You are learning reading the menu: you will read the scene it happens in, learn 10 words and phrases, take apart the pattern behind them (wat is / wat zijn — what is / what are), hear them in a conversation, rehearse them, and finish by saying one thing out loud to be graded.
Café 't Smalle, seated by the canal
Ik zit buiten aan de gracht. Het water is kalm, boten varen voorbij. Kaarslicht op de tafel. De ober brengt de menukaart. Ik open hem en lees.
Voorgerechten: erwtensoep, bitterballen, kaasplankje. Hoofdgerechten: stamppot boerenkool met rookworst, gebakken vis, biefstuk. Nagerechten: appeltaart, pannenkoek, poffertjes.
"Wat is stamppot?" vraag ik de ober. "Dat is aardappelpuree gemengd met boerenkool -- groene bladgroente. Erbij krijgt u rookworst en jus. Heel traditioneel!" "En wat beveelt u aan?"
"De stamppot is vanavond heel goed. Of de erwtensoep als voorgerecht -- dik en warm, met roggebrood." "Ik neem erwtensoep en stamppot!" "Uitstekend! En te drinken?" "Een biertje, alstublieft."