You are learning greetings: you will read the scene it happens in, learn 10 words and phrases, take apart the pattern behind them (hoe gaat het? — how are you?), hear them in a conversation, rehearse them, and finish by saying one thing out loud to be graded.
Dam Square, Amsterdam, a crisp morning
Het is ochtend in Amsterdam. De zon schijnt over de Dam. Het Koninklijk Paleis is groot en mooi. Duiven vliegen rond. Mensen lopen snel -- Nederlanders zijn altijd in beweging.
Ik loop naar een koffiekraam. "Goedemorgen!" zeg ik. De man glimlacht. "Goedemorgen! Hoe gaat het?" "Goed, dank u! Een koffie, alstublieft." De man maakt een koffie.
"Alstublieft!" Hij geeft me de koffie. Warm en sterk. Ik neem een slok. "Mmm, lekker!" De man lacht. "Dank u wel! Nederlandse koffie is de beste!"
"Bent u toerist?" vraagt hij. "Ja! Ik leer Nederlands." "Oh, wat leuk! Uw Nederlands is goed!" Ik bloos. "Dank u wel!" "Tot ziens! Fijne dag!" zegt hij. Amsterdam is vriendelijk.