You are learning weekend food plans: you will read the scene it happens in, learn 10 words and phrases, take apart the pattern behind them (combining future, conditional, and invitations), hear them in a conversation, rehearse them, and finish by saying one thing out loud to be graded.
Saturday morning, Noordermarkt, Amsterdam, planning a full weekend of food
Het is zaterdagochtend. Lieke en ik staan op de Noordermarkt. Er is een boerenmarkt met biologische producten. We gaan verse kaas, brood en jam kopen. Als we genoeg hebben, gaan we picknicken.
Vanmiddag gaan we naar de Foodhallen. Ik ben van plan om dit keer Surinaams te proberen. Lieke gaat Japanse ramen nemen. Als het niet te druk is, gaan we daarna een biertje drinken.
Vanavond gaan we Indonesisch eten bij Blauw. Ik heb gereserveerd. Een rijsttafel voor twee. Als het meevalt met de prijs, gaan we ook een toetje nemen.
Morgen gaan we brunchen bij het Amstel Hotel. 'Laten we dit weekend gezellig afsluiten,' zei Lieke. Als ik volgend jaar terugkom, gaan we dit weekend overdoen. Amsterdam is het ultieme eetparadijs.