You are learning past with hebben: you will read the scene it happens in, learn 10 words and phrases, take apart the pattern behind them (perfect tense with hebben), hear them in a conversation, rehearse them, and finish by saying one thing out loud to be graded.
Café Winkel 43, Noordermarkt, Amsterdam, late morning
Vanochtend ben ik naar Café Winkel 43 gegaan. Het café ligt aan de Noordermarkt in de Jordaan. Het is beroemd om zijn appeltaart. Ik heb een tafel bij het raam gevonden.
Ik heb een stuk appeltaart en een kopje koffie besteld. De serveerster was vriendelijk. Ze heeft de bestelling snel gebracht. De appeltaart was warm, met slagroom.
Ik heb langzaam gegeten. De taart was heerlijk: knapperig van buiten, zacht van binnen. De appels waren zoet. De koffie was sterk en goed. Ik heb twee kopjes gedronken.
Na het ontbijt heb ik de rekening betaald. Het was niet duur. Ik heb een fooi gegeven. Daarna heb ik over de Noordermarkt gelopen. Er waren bloemen en kaas overal. Een perfecte ochtend in Amsterdam.